Concurrentiebeding: old school?

Het concurrentiebeding (ook wel: non-concurrentiebeding) is een juridische bescherming ten gunste van de werkgever die al jaren ter discussie staat. Bij toetsing door de Kantonrechter zal deze altijd proberen vast te stellen hoe groot nu echt de kans is dat de werkgever daadwerkelijk aantoonbare schade lijdt omdat de werknemer bij een concurrent gaat werken. Daar weegt hij het persoonlijk belang van de werknemer tegen af. Ik moet zeggen dat ik zelf al lang mijn twijfels heb of zo’n beding nu wenselijk is vanuit werkgeversperspectief. Je mag daarbij de vraag stellen of het concurrentiebeding überhaupt nog past in deze tijd.

Een voorbeeld. Ahold Delhaize blokkeert de overgang van de directeur van dochterbedrijf Etos. Deze wil overstappen naar Hema. En dat is recentelijk deels eigendom geworden van concurrent Jumbo. Ahold houdt vast aan het concurrentiebeding omdat Hema net als Etos cosmetica verkoopt. Natuurlijk, die directeur heeft voor dat concurrentiebeding getekend. Misschien een les voor werknemers: denk eerst goed na en ga niet zomaar akkoord met een concurrentiebeding. Maar goed. Zou deze directeur na de overstap naar Hema er debet aan zijn als een deel van de omzet van Etos zou worden overgenomen door Hema? Ik waag dat te betwijfelen. Zou de directeur de bij Ahold opgedane kennis en inzichten gebruiken in het kader van de uitoefening van de nieuwe job bij Hema? Ja, dat zeker. So what?

Met alle transparantie, mede als gevolg van de internettechnologie, ligt de tijd dat informatie en kennis in een besloten setting worden geborgd toch heus achter ons. Dit besef lijkt lang niet tot alle boardrooms te zijn doorgedrongen. Een concurrentiebeding? Niet meer van deze tijd, het is ‘old school’. Advies aan Ahold: laten gaan die directeur. Wie weet hoe na het vertrek van de directeur het opfriseffect in de eigen organisatie van Etos is, wie weet werken de concurrenten Etos en Hema straks op bepaalde gebieden wel samen.