Laden…

Duurzaamheid. Echt waar? (1/2)

Ditmaal wil ik, in een tweeluik, aandacht besteden aan het fenomeen duurzaamheid. Want, we horen bijna niets anders de laatste jaren. Er is een alsmaar sterker wordende nadruk op duurzaamheid en vergroening. Dat lijkt zo onderhand te worden geconcretiseerd in een keuze tussen ‘Economie, geen natuur’ en ‘Natuur, geen economie’. Het is de vraag of zo’n versimpeling nodig is. In deze  maatschappelijke turbulentie, zien we dat organisaties, vaak de grote en internationaal opererende, in hun bedrijfsprofiel sustainability een prominente plek geven. Ja, akkoord. Klinkt goed, is het ook daadwerkelijk? In het eerste deel van dit tweeluik zal ik  daar op ingaan. In het tweede deel kijk ik naar de andere zijde van duurzaamheid. Die heeft betrekking op de inzetbaarheid van medewerkers. Binnen organisaties wordt duurzame inzetbaarheid nadrukkelijk op de (HR)agenda geplaatst. Ook hier, klinkt goed maar is het daadwerkelijk?

Als eerste van mijn tweeluik sta ik stil bij duurzaamheid als thema in het beleid van organisaties.

Kijken we in het woordenboek dan zien we dat ‘duurzaamheid’ de volgende betekenissen heeft: ‘lang durend’, ‘weinig aan slijtage of bederf onderhevig’, ‘het milieu weinig belastend’. Volgens het MKB kenmerkt het ‘duurzaam ondernemen’ zich door een hoger bedrijfsrendement nastreven, de kansen benutten voor een beter milieu en meer welzijn van de medewerkers en de maatschappij. Het triple ‘P’ gebruikt men er graag voor: ‘Planet, People, Profit.’ Het laatste wordt ook wel vervangen door het (afgezwakte) ‘Prosperity’.

In de jaren zeventig van de vorige eeuw sprak men nog van MVO: Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen. Grote ondernemingen staan zich graag voor op hun sustainability-beleid. Ze melden met trots waar ze zijn gepositioneerd volgens de Dow Jones Sustainability Indices (DJSI). Dit zijn maatstaven om de prestaties van mondiaal opererende bedrijven in de wereld te bepalen op het gebied van economische, milieu- en sociale criteria. Niets nieuws onder de zon? Nou, het is ook volgens mij een bittere noodzaak (u begrijpt, ik behoor niet tot de klimaatontkenners zoals Baudet, Wilders en consorten). Ik citeer uit het CPB-rapport ‘Voorwaarden voor vergroening van de economie in Nederland’: “Vergroening van de economie wordt wereldwijd gezien als één van de grote uitdagingen voor de komende decennia. Vergroening richt zich op het beperken van het gebruik van natuurlijke hulpbronnen en het sparen van het milieu. Door rekening te houden met de grenzen van het natuurlijk kapitaal kan de welvaart op lange termijn worden veiliggesteld.” O ja, klinkt bekend. Bij de ouderen onder ons komt de Club van Rome weer voor ogen. We schrijven 1972 (sic!). Het rapport heette ‘Grenzen aan de groei’ en hierin werd voorspeld dat indien de mensheid op dezelfde voet zou blijven voortgaan, binnen enkele tientallen jaren een catastrofe onvermijdelijk zou zijn. Of door honger, of door uitputting van essentiële grondstoffen of door de vervuiling van de aarde. Het is veelzeggend dat de inzichten van de Club van Rome gewoon nog volledig actueel zijn. Met andere woorden er is maar heel weinig ten goede veranderd.

We praten veel over duurzaamheid en vergroening, we doen er weinig aan. Want elke maatregel heeft gevolgen. En dan ontstaat onmiddellijk het dilemma tussen natuur en economie. Stel je de natuur voorop dan gaat dit ten koste van de economie. Doe je het andersom dan neemt onze economische voorspoed af. Denkt u even aan de gemoedstoestand onze boeren. Toch is de CEO van Veolia Nederland (een prachtig bedrijf dat oplossingen levert op het vlak van energie, afval en water) ervan overtuigd dat organisaties die niet bijdragen aan duurzaamheid over pakweg 20 jaar niet meer zullen bestaan. Okay, levensvatbaarheid is een vast gegeven voor het besturen van organisaties. Het is het welbekende streven naar continuïteit. De accountantsorganisatie PwC heeft daar iets op verzonnen en propageert ‘Sociaal ondernemerschap’. De organisatie die daaraan doet onderscheidt zich doordat geld verdienen niet het hoofddoel is, maar dat het gaat om ‘het creëren van maatschappelijke impact’. Maar eerlijk gezegd rijzen met dit soort uitspraken de twijfels bij mij. Bedrijven die geld verdienen niet meer voorop stellen, heus? Gelooft u het? Ik niet eerlijk gezegd. En wanneer Jed Emerson, de Amerikaanse adviseur duurzaam beleggen en auteur van het boek The Purpose of Capital, vol overtuiging betoogt dat de grenzen van het moderne kapitalisme zijn bereikt en dat geld niet langer meer geld moet genereren, weerklinkt m.i. het adagium van de Club van Rome. Willen we echt veranderen en duurzaamheid een kans geven dan moeten we aanvaarden dat er  grenzen aan de groei zijn.